Contact Us Tap To Call

Diagnosticeren versus Labelen

Twee woorden die regelmatig naar boven komen als het onderwerp leiderschap wordt besproken, zijn consistentie en flexibiliteit:

  • Goede leiders zijn vertrouwd, betrouwbaar en consistent; u hoeft zich nooit af te vragen waar ze vandaan komen en waar ze naartoe willen
  • Goede leiders zijn flexibel; ze passen hun benadering aan op de personen waarmee ze te maken hebben en de omstandigheden waarmee ze geconfronteerd worden

Wanneer u die uitspraken een beetje uit elkaar rafelt, ziet u dat ze goed bij elkaar passen:

  • Goede leiders worden gewoonlijk gedreven door twee doelstellingen:
    • Succes: Het zijn “beesten als het gaat om uitvoering”. Ze zijn gek op doelen. Meer nog dan dat, ze zijn gek op moeilijke doelen. Ze streven ernaar waardevolle en tastbare doelstellingen te behalen die significant zijn, een verschil maken en de spreekwoordelijke lat hoger leggen
    • Betrokkenheid: Ze investeren in anderen. Ze winnen hun vertrouwen. Ze krijgen hen zover zich “in te kopen” in het traject dat onvermijdelijk is verankerd in het behalen van het doel of het verwezenlijken van de doelstelling

In dat opzicht kan er consistent worden gerekend op goede leiders om te voldoen aan de prestatieverwachtingen of om deze te overtreffen en om de belangen van de mensen waarmee ze werken centraal te stellen. Ze geven altijd eerlijke, objectieve feedback aan de mensen om hen heen in dienst van dat streven. Goede leiders herkennen ook dat het meest inconsistente dat ze zouden kunnen doen, is iedereen hetzelfde te behandelen. Flexibiliteit is de sleutel. Mensen die voor de eerste keer een nieuwe set vaardigheden leren en hier enthousiast over zijn, verschillen drastisch van mensen die het werk nog in hun slaap zouden kunnen doen.

Maar hoe weten goede leiders nu wanneer ze wat moeten doen? Ze ontwikkelen en verfijnen hun diagnostische vaardigheden! Goede leiders zijn bedachtzame mensen. Ze denken (soms heel veel) voordat ze doen. In de context van Situationeel Leiderschap identificeren ze een specifieke taak en beoordelen ze objectief de bekwaamheid (taakgerelateerde kennis, ervaring en vaardigheden) en de bereidheid (taakgerelateerd vertrouwen, engagement en motivatie) van de medewerker die deze taak gaat uitvoeren. De beoordeling bepaalt hun benadering. (In staat stellen? Samenwerken? Structuur?) En mocht dat nou enigszins eenvoudig klinken, laat me u dan verzekeren: dat is het niet!

Objectiviteit is een term die is gestoeld op logica, maar die wordt uitgedaagd door vooroordelen. De meesten van ons verrichten aanzienlijk meer inspanningen om onze zelf-beoordeelde objectiviteit te verdedigen dan om onze vooroordelen te identificeren, te erkennen en te compenseren. Die realiteit kan gezien worden bij managers die “mensen impulsief in hokjes plaatsen” in een poging hun gedrag te rechtvaardigen. Bijvoorbeeld:

  • Janice levert hoge prestaties (“Bekwaam en bereid”) en daarom stimuleer ik Janice
  • Sheila levert lage prestaties (“Niet bekwaam en niet bereid”) en daarom moet ik haar goed in de gaten houden

Voor de duidelijkheid, Janice is niet “Bekwaam en bereid”! Het ligt er helemaal aan wat we Janice vragen te doen. Hetzelfde geldt voor Sheila. Mensen passen niet in hokjes! Mensen zijn op het ene niveau van Maturiteit of op een ander niveau, afhankelijk van de taak die zij moeten voltooien. Daarom moeten zowel Janice als Sheila op basis van de taak objectief worden beoordeeld. En daarin ligt het onderscheid tussen het zorgvuldige proces dat de competentie van de diagnose definieert, en het onverantwoorde plichtsverzuim van leiderschapstaken die zijn vervat in labelen.

TOEPASSINGSOEFENING

  • Gebruik de volgende schaal om uw “objectieve diagnostische vaardigheden” te beoordelen van 1-10 (1=Laag, 5=Matig, 10=Hoog).
  • Deel uw zelfbeoordeling met een vertrouwde leiderschapsmentor en vraag hem/haar:
    • Om feedback over uw zelfbeoordeling
    • Wat hij/zij doet om de prestatiebehoeften van de personen die hij/zij beïnvloedt voor de taken die zij uitvoeren objectief te beoordelen